Hoei! De bakkerij is genomineerd voor de duurzaamheidsprijs 2026!
Iedere nacht, wanneer de maan laag hing en de stad haar adem inhield, steeg de man op zijn paard. Hij zat rechtop in het zadel, zijn pak strak, zijn koffer stevig onder de arm geklemd. In die koffer zat geen geld, geen papieren, maar tijd, of beter gezegd: het gebrek eraan.
Het paard snoof wolken in de koude lucht. Geen damp van vermoeidheid, maar gedachten die het niet meer kwijt kon. Dagen zonder einde. Afspraken die elkaar overlapten. Beloftes die hij zichzelf had gedaan en nooit was nagekomen.
Onder hen draaide de wereld door. Daken gleden voorbij. Klokken sloegen, maar hij hoorde ze niet meer. Hij wist niet meer waarheen hij reed. Alleen dát hij moest blijven bewegen. Want stilvallen mocht niet.
Toen keek hij op. Naar de maan. Rond. Stil. Onbewogen. Voor een ogenblik trok hij aan de teugels. Het paard aarzelde. De rook vervaagde. En heel even, heel even, leek te tijd stil te staan.