Hoei! De bakkerij is genomineerd voor de duurzaamheidsprijs 2026!
In mijn bakkerij staat een trommeltje dat meer heeft gezien dan meel en suiker alleen. Het is rond, van blik, een beetje gehavend aan de rand, met bloemen die hun kleuren dapper vasthouden en een deksel dat trots “CEYLON TEA” zegt. Als je het opent, ruikt het nu naar boter en vanille, maar ooit rook het naar een verre reis en verse thee.
Het was van mijn oma.
Ze heette officieel Everdina, zo’n naam die nooit slordig wordt uitgesproken. Maar iedereen mocht haar Eef noemen. Dat deed ze zelf ook. Eef was een statige dame om te zien. Ze had witgrijze haren die altijd goed zaten, alsof ze zelfs tegen de wind beleefd bleven. Mannen vonden haar prachtig, niet omdat ze haar best deed, maar juist omdat ze dat niet hoefde.
Haar man was veel aan het werk. Dat hoorde zo, in die tijd. En Eef wachtte niet klagend, maar levend. Op een dag, het moeten de jaren zeventig zijn geweest, stapte ze op de boot, of misschien het vliegtuig, en ging naar Londen. Dat was een hele stap. Londen was groot, druk, een andere wereld. Ze liep er door straten vol geluid, rook theehuizen en genoot er van de cultuur.
En daar kocht ze dit blik.
Een theeblik van de Ceylon Tea Centre, Regent Street. Niet groot, niet opzichtig, maar stevig en mooi. Precies goed. Ze nam het mee terug, zette het op het aanrecht en gebruikte het. Altijd. Voor thee. Het blik hoorde bij haar leven zoals haar vaste stoel bij het raam.
Nu staat het hier.
In mijn bakkerij krijgt het een nieuwe taak. Ik doe er koekjes in. Mensen nemen het aan, voelen het gewicht, zien het patroon, en weten meestal niet dat ze iets meekrijgen dat ouder is dan zijzelf. Dat is niet erg. Het blik weet het wel.
En zo reist het blik nog steeds. Niet meer naar Londen, maar van toonbank naar linnen tas, van bakkerij naar keukentafel. Met koekjes dit keer. Met verhalen. Met een beetje van oma. Die geloof ik zou grinniken en niet zou begrijpen wat er nou zo bijzonder is aan zo'n blik. Maar het stiekem toch ook wel weer leuk zou vinden.